Over mij

Mijn foto
With a background in Communication Science (University of Amsterdam) and a degree in Fashion Strategy at ArtEZ Fashion Masters Marij Elisabeth Rynja looks at fashion tendencies and dress behaviour from an academic, semiotic angle. What can fashion and dress reveal about our culture, our identity, our time? Rynja is specialised in dress & identity, men's wear, and creating appealing journalistic products. Her passions are writing reviews, telling controversial stories, and creating original concepts and angles for brands and happenings. She writes both in English and Dutch and currently lives in London (UK) to hunt new stories and career adventures. She has worked for ArtEZ, MOTI museum, Arnhem Fashion Biennial, MAFB, Amsterdam Fashion Week, The Big Black Book, Glamcult and SALON1.org. Currently she joined the independant London based fashion magazine Let Them Eat Cake (for fashion sake), while looking for a job. www.cakeit.net www.marijrynja.blogspot.com

dinsdag 6 december 2011

Klavers Van Engelen Dress in my Closet - to treasure

picture by Marij Rynja (c)
Geschreven door/ written by Marij Elisabeth Rynja, freelance mode communicator

dinsdag 8 november 2011

NEW BLOG : WWW.MARIJRYNJA.COM

www.marijrynja.com

Geschreven door/ written by Marij Elisabeth Rynja, freelance mode communicator

donderdag 16 juni 2011

Interview: High Heeled Man Sonny Groo

Extravagant dresser & online fashion entrepreneur Sonny Groo brings men’s fashion to a higher level: 
‘But I would find it appalling when all men were to wear high-heels tomorrow!’ 

by: Marij Rynja 

On the web several extravagant looking young males peacock themselves in the gaze of the fashion world. They shop in the woman’s department and know how to use dress as a personal branding strategy. One of them is Dutchman Sonny Groo, who for his age (23) has come a long way in the fashion world already, mainly due to his looks.
In Morlang, a cafe on one of the Amsterdam canals, I talked to the Dutch online fashion entrepreneur and stylist Sonny Groo. Groo, whose real last name is Grootjans, is still a young man, but already he leads the life which he could only dream of: entering at fashion shows in Milan and Paris, styling fashion reportages for well-known magazines and fashion labels, running a fashion magazine of his own, writing as a freelancer about fashion, being photographed by the Sartorialist and having an army of imitators during the fashion weeks in Paris which has resulted in hundreds of fashion blogs on which he can be seen. 

maandag 13 juni 2011

Arnhem Mode Biennale 2011 presenteert Amber. Is mode een vrouw? Of is Amber het vrouwelijke alter-ego van JOFF, haar artistieke brein?

Tot en met 3 juli a.s. vindt in Arnhem voor de vierde keer de Arnhem Mode Biënnale plaats, waar de geïnteresseerde modeleken en doorgewinterde modekenners de laatste stand van nationale en internationale modezaken kan bezichtigen.
Een nieuwe artistiek directeur vraagt om een nieuwe kijk op de Biënnale. Piet Paris heeft met zijn team drie keer een zeer succesvol evenement op de modekaart gezet, waar in 2009 gegooid werd naar een nog groter internationale benadering in 2011. JOFF is aangesteld door Paris om zijn internationale missie door te zetten en de Biënnale een volwaardig, uniek mode evenement te laten zijn. “Na het succes van de derde editie, Shape (De AMB editie in 2009), wil ik met de vierde editie in 2011 van Arnhem Mode Biënnale een totaalervaring presenteren, waarmee we ook internationaal nog meer indruk kunnen maken," aldus JOFF in een interview januari 2010 met fashionunited.nl vlak na zijn aanstelling als nieuw artistiek directeur. 


Maar is dat gelukt of had Paris nog even aan moeten blijven en zijn protégé JOFF aan de hand moeten nemen om deze taak te volbrengen?

dinsdag 31 mei 2011

trial version The Transgress Journal - a semi-academic fashion journal on challenged bounderies in fashion culture & design

The Transgress Journal is een concept van Drs.Marij Elisabeth Rynja, mode criticus


woensdag 27 april 2011

things to do this week: verdiep jezelf in dutch design @ SALON/1, in de stad.

dinsdag 19 april 2011

Mode in de Donald Duck

Soms tref ik het als ik op de wc het vrolijke weekblad van mijn vriend opensla om even mijn orale sfincter te 'ontspannen': mode in de Donald Duck. Ondanks dat Duckstad al decennialang in dezelfde kleding loopt, kent Duckstad wel modeshows en hippe kledingzaken. Helaas eindigt elk modeverhaal in de Duck altijd met de constatering dat het oude pakje toch het meest geliefd is, van matrozenpakjes, roze pofmouwen, rode kamerjassen met slobkousen en een onbedekt onderlichaam, als je een eend bent. Kippen hebben genoeg aan een 19e eeuwse dameshoed en lopen naakt door de straten van Duckstad. Of zijn veren consistent in de mode?

ps. Let op de figuren 'front row': zouden dit Bastiaan van Schaik, Fiona Hering, Mike de Boer en Anna Wintour zijn?
pss. Loopt Katrien niet altijd al met de billen ontbloot?




vrijdag 8 april 2011

Metamoderne generatie: 'moe van mode' en 'digitaal'.

(foto: Peter de Krom; screenshot van site nrc)










Metamodernisme is een benaming die sporadisch opduikt om de huidige tijdsgeest te duiden. De postmoderne tijden zouden achterhaald zijn, wat betekent dat we in een post-postmoderne tijd verkeren. Cultureel-filosoof Robin van den Akker en cultureel socioloog Timotheus Vermeulen hebben daarom de meta uit de kast gehaald en een onderzoeksartikel in het Journal of Aesthetics & Culture (2010, #2) gepubliceerd: Notes on MetaModernisme. Meta - dat 'erna' betekent - is het nieuwe, magische woord dat onze tijd zal aanduiden. De website van de heren, NotesOnMetamodernism.com, is inmiddels uitgegroeid tot een serieus platform voor deze metamoderne benadering van kunst en cultuur. 


Ik kom op deze noot over metamodernisme, omdat in dagblad NRC afgelopen week een artikel stond over een opkomende stroming onder twintigers in de grote stad Amsterdam, die een metamoderne levensstijl ambiëren. Journaliste Ebele Wybenga noemt hen 'Generatie Waxjas' vanwege het uniforme kledingstuk die zij als symbool voor hun gedachtegoed hebben gebombardeerd. En niet zonder reden. De waxjas staat symbool voor een 'muf' imago, oudbolligheid, functionaliteit, natuur en kwaliteit. Het is een jas die nooit echt in de (massa)mode is geweest. Maar nu dus wel in de meta-mode! 

Maar pas op met het woord mode bij deze generatie waxjas, want zij zijn moe van mode, moe van digitaal, moe van snelheid en moe van oppervlakkigheid. Wybenga - die knap en treffend deze subcultuur heeft gesignaleerd - schrijft: 

'Opeens zie je ze overal: 
Kletsend bij openingen in galeries;
Verzameld in cafés waar gezelschapsspelletjes op tafel staan en laptops worden geweigerd;
Paraderend door de gangen van de kunstacademie;
Struinend tussen tweedehands kleding;
Turend naar zeldzame buitenlandse tijdschriften onder de pui van de boekwinkel;
Elkaar keurend in koffiehuizen die geen deel van een keten mogen zijn;
Ze zijn in de twintig; 
artistiek georiënteerd;
wonen in de grote steden;
haten met z'n allen de hokjesgeest;
Ze dragen klassieke kleding;
dwepen met analoge fotografie;
willen de precieze herkomst weten van hun eten en 
houden meer van mat dan van glanzend papier; 
jongens herken je aan hun jarenvijftigkapsels, opgeknipt in de nek, kort opzij en lang boven, netjes gekamd;
Meisjes laten hun haar juist met rust;
Hun stijl is uniseks, van Casio-horloges tot penny loafers."

Het lijkt erop dat hier sprake is van artificiële tegen-cultuur die wars is van de homogenisering van de samenleving doordat iedereen achter elkaar aanloopt, elkaar imiteert en vandaag zijn wereld via het internet en zijn telefoon beleeft.

Maar toch vormen zij met elkaar heel duidelijk een nieuw hokje, maar wat mij betreft geen meta-hokje. Meta wil zeggen dat pastiche voorbij is (het teruggrijpen naar andere tijden dan het heden of de toekomst). Het lijkt eerder op het romantiseren van de pre-pc tijd, de tijd dat we nog een huistelefoon hadden, postzegels plakten, met een pen op papier schreven of typten met inktlinten en rammende ijzerstokjes met druklettertjes. 'Ja, dat waren nog eens tijden', moeten deze waxies hebben gedacht. Vintage is een way of life geworden, dat verder gaat dan kleding of interieur. Is nu ook de 'geest' aan de beurt? Ik heb mijn twijfels. 

 We grijpen steeds weer terug naar de klassieke tijden door een gemis naar eenvoud, helderheid, intellect en diepgang, wellicht. En dat is niet wat metamodernisme aanduidt, want de waxies blijven uit angst voor vooruitgang terugrijpen naar het oude, het klassieke. Echt 'nieuw' is het dus niet, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een generatie jonge jongens en meiden die zich kleden in asymmetrische modes - veelal zwart, leer, volume en futuristisch - die juist nastreven geen referenties te maken met vervlogen tijden. Dat is veel meer meta wat mij betreft, zoals deze jongens op de foto:


De bedenkers van het begrip, Vermeulen en Van den Akker, omschrijven in het artikel dat metamodernisme een modern verlangen is naar waarachtigheid, betekenis en richting vermengd met postmoderne scepsis over het vervullen hiervan. Deze generatie durft weer stelling te nemen, want de strategieën van de generatie voor ons zijn uitgeput.' (NRC, 2 april 2011). 

Ik vind het geen verkeerde beweging, omdat het inderdaad soms wat genant wordt dat we tegenwoordig alles wat we doen verklaren door het lege argument dat het 'GEWOON LEUK' is. 

Leuk. Ik haat het woord.

Net als 'gezellig', 'edgy', 'urban' en 'fashion'. Ja, ook fashion. Ik houd van mode, van de moeite die mensen nemen om zich door middel van kleding hun eigenheid te accentueren of zich onderscheiden door een andere koers in te slaan, dan wat voor handen is, dan wat makkelijk is of wat 'leuk' is. 

Maar het woord 'fashion' heeft in de afgelopen postmoderne tijd m.i.  zijn betekenis verloren, alles is namelijk 'fashion' geworden. Een cultureel filosoof Gilles Lipovetsky sprak in 2006 van een 'hyperfashion' tendens, dat alles esthetisch, mooi, oogverblinderd en groots moest zijn, en dat de inhoud, de betekenis, in de schaduw is komen te staan. Lipovetsky besprak deze hyperfashion aan de hand van hoe de architectuur en de kunsten betoverd zijn geraakt door de invloedrijke mode-industrie, hoe snel en seductief mode werkt. Zo is het Spaanse Bilbao museum een prachtig gebouw, zeer esthetisch door zijn gewervelde glimmende gevel, echter de inhoud - tentoonstellingen en artefacten - worden bijzaak, want het gebouw overstijgt zijn eigen inhoud.

En dat is denk ik wat ook deze zogenaamde 'wax-jassen jongens en meiden' motiveert. We waren teveel gefixeerd op de buitenkant, en daardoor los geraakt van hun geestelijke en persoonlijke ontwikkeling. De zoektocht naar oude boeken, uniseks artikelen, de jaren 50, analoge technologie, handwerk, cafe's als Brecht waar wordt gefilosofeerd...het zijn allemaal ideeen uit het verleden die ademen dat deze generatie denkt dat mensen zich niet bezig hielden met hun uiterlijke maar hun intellectuele profilering. 

Alleen, het gevaar is dat deze wax-generatie - die volgens Wybenga niet lang ervoor hun geld uitgaf aan glimmende latex leggings, schreeuwerige accessoires en andere extravagante modes - net zo vlug weer iets anders 'leuk' vinden en hun wax'jassen weer inruilen voor een nieuwe modegrill.  

Deze waxies doen nog steeds hetzelfde: met hun uiterlijk de aandacht op zich vestigen, alleen schuilt er blijkbaar dit keer wel een betekenis achter hun façade. Een van deze jongeren licht de beweging toe: 

,,Doordat je ontevreden bent over het heden, grijp je terug naar vroeger, maar niet om het belachelijk te maken. Je geeft er een eigen betekenis aan."

Wat deze jongeren dus doen is een imitatie van een tijdsgeest die zij zelf niet meer hebben gekend, de Pre-PC-tijd - toen we nog niet afhankelijk waren van digitale technologie.

Lezen wat metamodernisme wel is (namelijk niet teruggrijpen op vervlogen tijden),  klik op onderstaande tekst voor de pdf van het academische artikel Notes On Metamodernisme van Van den Akker & Vermeulen (2010): 

The postmodern years of plenty, pastiche, and parataxis are over. In fact, if we are to believe the many academics, critics, and pundits whose books and essays describe the decline and demise of the postmodern, they have been over for quite a while now. But if these commentators agree the postmodern condition has been abandoned, they appear less in accord as to what to make of the state it has been abandoned for. In this essay, we will outline the contours of this discourse by looking at recent developments in architecture, art, and film. We will call this discourse, oscillating between a modern enthusiasm and a postmo- dern irony, metamodernism. We argue that the metamo- dern is most clearly, yet not exclusively, expressed by the neoromantic turn of late associated with the architecture of Herzog & de Meuron, the installations of Bas Jan Ader, the collages of David Thorpe, the paintings of Kaye Donachie, and the films of Michel Gondry.